Kaderen

Het was stiekem best een beetje spannend toen Monya ging lezen of mijn schrijfstijl past bij haar visie. Want wanneer ik iets schrijf, dan leg ik daar namelijk iets van mezelf in, dus het voelde een beetje alsof ik zélf onder de loep genomen werd. Blij en trots was ik toen ze mailde met haar antwoord, voortaan kunnen jullie hier met enige regelmaat ook een artikel van mij lezen!

Nu weten de meesten van jullie niet eens wie ik ben en wat ik doe e in eerste instantie wilde ik dan ook een voorstel-verhaaltje schrijven, maar ik doe het niet. Ik ga doen wat ik al deed, namelijk in ieder artikel iets van mijzelf leggen, iets wat ik belangrijk vind, wat ik heb meegemaakt, waar ik voor sta. En beetje bij beetje leren jullie zo de persoon achter mijn verhalen vanzelf kennen.

Eén van de dingen die mij al een hele tijd bezig houden is ‘kaderen.’ Dat klinkt vast een beetje vaag en het is ook eigenlijk maar een raar woord. Het begon met een uitspraak van Buck Brannaman, die ik een jaar of twee geleden voor het eerst las. Het ging over hoe je met jouw lichaam (handen, benen, zit en intentie) een kader kunt zijn voor je paard. Een kader waarbinnen je rust en veiligheid creëert, want veiligheid geeft rust.

Wanneer er iets is waarbij het paard zich oncomfortabel voelt (iets engs, iets moeilijks, spanning, maar ook bijvoorbeeld iets saais) zal het een uitweg zoeken, het paard wil weg van het oncomfortabele want het is nu eenmaal een vluchtdier. Er zijn genoeg opties om dat te doen, opzij, omhoog, vooruit, achteruit en alles daar tussenin.

De kunst is om zoveel ‘feel’ te ontwikkelen als ruiter dat je de deuren naar die opties kunt sluiten, dat je grenzen rondom je paard stelt en zo dat kader van veiligheid kunt vormen. Als een soort oevers van een rivier die de richting aangeven. Zonder oevers is het water overal, maar met de oevers te dicht op elkaar stroomt de rivier over. Ieder paard is een rivier apart en heeft zijn eigen ruimte nodig, je zult dus je oevers moeten afstemmen op jouw paard. Het mooiste is dat je paard gaandeweg gaat leren dat jij voor veiligheid staat en dat het fijn is bij jou.

Nu ben ik met mijn merrie Fenna altijd echt een grondwerkteam geweest, allerlei methodes en stromingen hebben we gevolgd en een aantal hebben we ons echt eigen gemaakt. Maar het meest hebben we geleerd om elkaar te begrijpen, dat we samen een taal hebben. Daardoor kunnen we heel veel in vrijheid doen, de dagelijkse omgang is al een feestje op zich, maar we kunnen ook los door het bos wandelen, spelen op de grond, en tuigloos over hectares weiland zwerven.

Fenna doet het graag goed en doet dus ook braaf wat ik vraag, ze is alleen niet zo’n held. Op buitenrit kwam het ook regelmatig voor dat er iets engs was en dat ze bevroor, of erger nog, dat ze om wilde draaien en gaan rennen. Gelukkig kende ik haar goed genoeg om het aan te zien komen, dan voelde ik haar spanning stijgen. Meestal stapte ik dan af en liep een stukje voorop, zo kon ze weer ontspannen en konden we verder rijden. Maar jemig, ze was inmiddels al een jaar of 13 bij mij en voor een trekker stapte ik nog altijd af. Niet dat ik dat erg vond, maar blijkbaar gaf ik haar toch niet genoeg vertrouwen…

Tot ik het stukje van Buck las, het zette me aan het denken. Ik leerde hoe ik haar kon begeleiden vanuit het zadel, zachte grenzen kon stellen met mijn lichaam en intentie. Het voelde een beetje alsof ik haar handje vast kon houden van bovenaf. En beetje bij beetje werd het beter, ons sleutelwoord was contact, met een beter contact was dat kaderen veel makkelijker. Doordat ik altijd met mijn touwhalster en losse teugels rond reed voelde Fenna zich gewoon wat verloren in al die vrijheid. En toen ik met contactteugel begon te rijden, of in ieder geval als het nodig was, bleef de verbinding en voelde het veel meer sámen.

Ik zal niet zeggen dat ik nooit meer afstap, maar Fenna zoekt nu steun en ontspanning bij mij als er onderweg iets gebeurt. En mooier nog, ze leert nu ook hoe ze zelf de spanning los kan laten!

Share