Rouwverwerking

Speciaal geschreven op verzoek: over doorgaan na verlies van een paard...
Over schuldgevoel, rouw en verdriet.

Het lijkt zo simpel. Je motivatie herpakken en doorgaan, je hebt tenslotte geen keuze wel? Maar als dat nou eens tegenvalt? Als de energie er niet is om met de andere paarden te werken? En vandaag is het ook nog eens koud. Koud, nat en guur. NOG meer redenen om niet te trainen….

Weet je nog? Toen je klein was ging je pennyhart kloppen zodra je een pony zag. De zachte neus, de snorharen, de WOLLIGE oortjes, de glanzende ogen en die geur! Oooh wat ruiken paarden heerlijk!

En de eerste rit, op je eigen pony, wat een ongelofelijke beleving was dat. Met wat knijpen bleef je zitten, maar zo niet dan was het opstaan en weer doorgaan. Je botten konden nog wat gestuiter hebben.
Wat een geluk!

Het eerste eigen paard! Een flinke verantwoording! En het moest meteen helemaal goed. ALLES moest perfect, voeding, stal, weide, tuig, het allerbeste voor je allerliefste vriend.
Wat een trots!

Toen kwamen er meer paarden! En wat werd je gelukkig van hun aanwezigheid in je stallen. De dagelijkse routine, het knisperen van het stro, de hinnikjes voor het voer, het poetsen tot ze glommen, de matchende dekens, de ritten door weer en wind.
Wat een rijkdom!

En je leerde jezelf goed kennen. Ontdekte dat elk paard verschillend is, je stemde je op elk paard af en loste problemen op. Wil je persoonlijke ontwikkeling? Neem een paard... 😉
Wat een reis…

En dan valt een paard weg. Plotseling. Een lege box, een gat in je hart en de moed zinkt je in de schoenen. Je kunt het even niet meer opbrengen. Je kijkt naar je andere paarden maar voelt je moe. En schuldig. Want de overgebleven paarden krijgen nu niet wat ze verdienen.
Wat een verdriet...

Verder na verlies? Maar HOE dan?
Er is geen recept. Was het maar zo. Er is een gat. Een heel groot gat. En dat gat betekent dat je enorm van dit paard hebt gehouden. Dat het echt en oprecht was. Dit gat dichten kost tijd, en energie.

Weet je nog: de eerste kriebel van die paardenneus? De haren die overal zitten, zelfs op je boterham? Die spannende rit door regen en kou met tintelende vingers en roze wangen? Het regelmatige geluid van de hoeven op de grond? De geur van het hooi dat je altijd voerde?

Voor eens besmet met het paardenvirus, voor altijd onder je huid…..

Het liedje “Keep your head up” van Ben Howard is zo onlosmakelijk verbonden met het overlijden van mijn paard Nomeado dat ik, zelfs na 7 jaar, iedere keer mijn tranen moet wegvegen. Zodra de eerste tonen zich laten horen heb ik de neiging om de radio uit te zetten. Maar ik doe het niet MEER, want het geeft me een herinnering aan iets dat ik intens heb gevoeld. En dat gevoel wil ik behouden, het glipt anders langzaam weg.

Het paardenvirus blijft. Het is net zoiets als een koortslip: verstopt zich even maar komt altijd weer terug. Geen enkel paard wordt slechter van een tijdje stilstaan. Een paard wordt slechter als er niet oprecht en liefdevol voor wordt gezorgd. Draag deze zorg en draag je rouw. Rouw zegt dat het echt was, die liefde. En dat gat wordt ooit een gaatje. En dat kost energie. En tijd.

Gun het jezelf. ️
Paardenmensen snappen dat.

Liefs,
Monya

Stress bij paarden

“Mijn paard was altijd hartstikke braaf maar ineens lag ik ernaast! Ik begrijp er niets van!”

Stress bij het rijden is onderschat. Wat we niet zien is er niet lijkt het. Maar is dat zo? Hoe vaak gebeurd het dat ongewenst gedrag uit het niets lijkt te komen? Of dat je minder punten krijgt in je proef omdat je paard zijn tong zichtbaar is? Of dat we denken dat hij met zijn hoofd knikt of staart zwiept voor de vliegen?

Stress komt veel voor. Soms heel duidelijk. Denk aan Spaanse paarden, die gaan voor je uit denken en worden hectisch in hun bewegingen. Een warmbloed, zoals een KWPN-er, gaat steeds harder lopen, of gaat aan de haal, draaien ineens om of geven een bok. Koudbloeden worden sterk of zijn niet meer te stoppen. Je hebt ook paarden die imploderen. Ze uiten zich niet, maar door de stress lijken ze een lange tijd meegaand, tot ze ontploffen. Dat zijn vaak de paarden waarvan de ruiter zegt "dat doet ie anders nooit!"

Wetenschappelijke testen met een hartslagvariabiliteitsmeter hebben aangetoond dat sommige paarden uiterlijk heel erg reageren op bijvoorbeeld een eng voorwerp, maar dat de hartslag niet zo veel stijgt als je zou denken. Ze uiten van alles, maar van binnen valt de stress mee. Er zijn echter ook paarden die uiterlijk onbewogen blijven, terwijl hun hartslag enorm stijgt.

Dit zijn de paarden die ‘imploderen’. Deze paarden moet je goed leren lezen, anders kom je voor ongewenst gedrag te staan. Kijk naar de neusgaten, ogen, oren, mond, spierspanning. Een goede paardentrainer ziet alle kleine signalen en zal altijd aan de vertrouwensband werken.
Er zijn veel paarden die hun werk braaf doen maar net de neusgaten te ver open hebben, of de lippen niet op elkaar, zodat je hun tong ziet. Of ze hebben zo’n zwiepje in de staart. Ogen die afwezig lijken of juist op steeltjes staan. Dat is interne stress. Je hoort dan vaak ‘zo is mijn paard nu eenmaal’, maar dat is het niet. Het is een verkeerde basis.

Wat kun je doen? Werken aan de basis. Eerst op de grond, daarna in het zadel.

11 keer stress onder het zadel en de oplossingen:

  1. Paard krijgt te veel prikkels
    Advies ruiter: verminder en doseer prikkels.
    Stress tijdens het rijden wil bijna altijd zeggen dat het paard te veel prikkels ineens krijgt. Vaak geeft de ruiter te veel (onbewuste) signalen. Of het is een combinatie: de ruiter geeft te veel signalen én er zijn prikkels uit de omgeving, zoals een hond, een vrachtauto of een paraplu. Als je paard veel last heeft van prikkels van de omgeving dan is desensibiliseren de eerste stap.
    Wen hem aan alles in de omgeving wat hij tegen kan komen. Een kwestie van oefenen en langzaam opbouwen. Begin maar eens te trainen met een paraplu in de hoek van de bak. En bouw dat uit. Het paard moet jouw wereld leren kennen en begrijpen. Dat is namelijk een mensenwereld, in de paardenwereld komen geen paraplu’s voor.
  2. Paard krijgt tegenstrijdige hulpen
    Advies ruiter: doe zelfonderzoek. Hoe duidelijk en gedoseerd zijn je hulpen?
    Vaak denken we als ruiter dat we iets vragen, maar we vragen het niet correct. Het paard snapt het niet. De hand zegt ho, het been zegt voorwaarts en de zit duwt mee. Dat zijn tegenstrijdige hulpen.” Vaak zitten ruiters ook onbewust iets tegen de bewegingen van het paard in. Je wilt een uitgestrekte draf, en je geeft been, maar je werkt tegen met je zit of hand, dus hij kan dat wat jij wilt niet uitvoeren. Dat geeft een paard stress.
    Werk aan je lichaamsbewustzijn en motoriek. Dat kan bijvoorbeeld door te trainen op de flexchair, simulator oid., maar ook door aan yoga of pilatus te doen. Dan leer je beter te voelen wat je eigenlijk allemaal doet tijdens het rijden. Ook als je instructeur niet duidelijk is in zijn of haar uitleg over de juiste hulpen: durf te vragen! Bijvoorbeeld wat is ‘ga dieper zitten’ precies? Iedereen doet namelijk wat anders.
  3. Paard krijgt te veel hulpen
    Advies ruiter: minder, minder, minder.
    Hand-, been en zithulpen tegelijk zijn teveel signalen in een keer voor een paard. Breng de hoeveelheid hulpen terug. Aangezien hij niet doet wat je wilt, geef je de hulpen steeds sterker. Het is alsof iemand Chinees tegen je praat en als je het niet begrijpt, steeds harder gaat schreeuwen. Omdat het niet duidelijk is wat de ruiter bedoelt, gaat het paard kiezen wat volgens hem de gewenste reactie is. Als hij pech heeft, en het verkeerde kiest, krijgt ie nog op z’n donder ook. Ga zitten, doe eens niks en pas als hij wat moet doen, dan geef je een klein hulpje. Schroef verwachtingen en eisen terug. (je kunt alleen maar teleurgesteld zijn als je verwachtingen koestert).
  4. Paard snapt nog niet wat je bedoelt
    Advies ruiter: wees voorspelbaar.
    Vraag in het rijden alles altijd op dezelfde manier aan je paard. Leg iets aan je paard uit, en zorg dat het bevestigd is. Je vraagt iets en als hij het doet, dan is hij braaf. Je herhaalt het, op dezelfde manier, en als hij het doet is hij weer braaf. Hartstikke mooi, braaf paard! Vraag dan niks nieuws meer. De dag erna vraag je de nieuwe oefening nog een keer. Hij doet het weer goed. Hartstikke braaf. Hij wil het zo graag goed doen! Jij moet laten weten dat hij doet wat jij wilt. Dat is afronden. Hij heeft je gesnapt en is dolblij! Niet te vaak trainen en niet te lang trainen. Doordat jij het iedere keer op dezelfde manier vraagt, ben je voorspelbaar voor hem en dat geeft hem duidelijkheid en rust.
  5. Paard zit al in de stress
    Advies ruiter: neem de leiding en doe een stapje terug.
    En wat als je rijdt en hij raakt gestresst? Bij stress moet je de leiding nemen, één ding vragen dat ie al goed kent en direct belonen door te stoppen met je vraag. Ga terug naar het punt waar het nog wel goed ging. En sluit de rijsessie af. Hou een training kort, kalm, gedoseerd, goed uitgevoerd en goed bevestigd. En ga dan pas verder. Als een paard hectisch beweegt is jouw lichaam nog belangrijker. Door zelf al je bewegingen kleiner te maken, te absorberen, kun je het paard aanleuning bieden en dat geeft steun.
  6. Paard neemt jouw stress over
    Advies ruiter: ontspan voordat je naar de stal gaat.
    Ben je ontspannen? Of nog gestrest door je werk? Als je op paard zit, ben je in het rijden met je hoofd bij hem of zit je nog aan je werk te denken? Word kalm in jezelf. Adem laag. En zorg dat je lichaam zekerheid en rust uitstraalt, zodat je paard het gevoel heeft dat hij het goed doet. Als je je stress meeneemt naar stal ben je niet volledig aanwezig voor je paard. Je bent met jezelf bezig. Dat is geen leiderschap. Het paard heeft duidelijkheid nodig en dat kan je alleen geven als je volledig voor je paard aanwezig bent.
  7. Paard is getraumatiseerd
    Advies ruiter: leef je in en blijf bij jouw eigen gevoel!
    Neem de leiding. En voel aan wat voor paard je hebt. Wat kan hij, hoe moet ik mijn hulpen doseren voor dit paard? Moet ik meer aanleuning bieden? Moet ik andere hulpen geven? Moet ik druk toevoegen of druk weghalen? Sommige paarden willen graag wat losser worden gelaten. Je moet niet zo los worden dat je flapperend op je paard zit, dan heb je de spierspanning van een dronkenman, je moet die van een balletdanser hebben. Een balletdanser kan het paard fysiek sturen en heeft controle over zijn eigen lichaam. Daardoor kan hij zich aan het paard aanpassen en dit geeft een paard rust. Klem je wellicht teveel je benen, misschien zouden de teugels letterlijk wat losser kunnen. Kom je wel voldoende mee in de bewegingen van het paard. Iets actiever rijden of juist niet. Een getraumatiseerd paard vergt voortdurend begeleiding, afstemming, inzicht en liefde.
  8. Paard is nog jong
    Advies ruiter: neem de tijd.
    Een jong paard leert stap voor stap. Alle bovengenoemde punten komen aan bod: bied nieuwe indrukken, hulpen, oefeningen aan in fases. Beloon positieve pogingen van het paard je te begrijpen. En stop met vragen zodra het paard de gewenste reactie geeft. Bij een jong paard werk je stapje voor stapje. Elke stap is gedoseerd en bevestigd. Ga niet te snel. Herhaal, beloon, bevestig. Dan pas ga je een stap verder. Zo voorkom je stress! Geef het jonge paard voldoende verwerkingstijd, dan kan hij zelf zaken onderzoeken en over dingen nadenken.
  9. Paard heeft korte concentratiespanne
    Advies ruiter: train vaker maar kortere sessies.
    Een ruiter kan vooraf bedenken wat de training in gaat houden en werkt gericht naar dat doel. Een doel moet klein genoeg zijn om haalbaar te zijn in de korte tijd die je hebt en groot genoeg om uitdaging te bieden. Die vergt dus voorbereiding vooraf. Zo kun je stress voorkomen omdat je in korte tijd een haalbaar resultaat krijgt. En paard dat snel is afgeleid is gebaat bij een goede balans tussen inspanning en ontspanning.
  10. Paard is moe
    Advies ruiter: bouw je training beter op en af.
    Je rijdt los, begint met oefeningen en aan het einde van de trainingssessie gooi je de zware oefeningen er nog eens in. En je herhaalt, herhaalt en herhaalt. Je paard krijgt stress want de herhaling van de zware oefening gaat zeer doen en dat levert stress op. In een goed op- en afgebouwde training doe je de zware oefeningen niet aan het einde en je stopt zodra ze goed gaan. Bouw ook wat rustmomenten in de training. Anders krijg je paard aversie tegen een oefening. Als je merkt dat je paard moe wordt (fysiek of mentaal), vraag dan een andere oefening en doe een stapje terug. Even halsstrekken, of voorwaarts neerwaarts. Hoe bepaal jij eigenlijk wat een goede training is? Denk je er wel eens over na? De reguliere opbouw stap/draf/galop is geen regel, jouw paard bepaalt de regels.
  11. Paard heeft pijn
    Advies ruiter: check je paard dagelijks op pijn!
    Pijn is een veroorzaker van stress bij je paard. Hij heeft last van zijn (ge)bit, zijn rug of hij heeft ergens een blessure. Ook je zadel kan niet goed passen of de singel zit te strak. Pijn kun je leren lezen. Neem niet aan dat je paard nou eenmaal het paard is dat je ziet. Dat het normaal is dat ie altijd zijn staart scheef heeft, of ermee zwiept. Of dat zijn tong zichtbaar is, of dat bokje geeft bij het aangalopperen. Dat wij het niet zo ervaren of zien wil niet zeggen dat het er niet is. We spreken namelijk niet dezelfde taal. Een paard zal vanuit de evolutie zich altijd willen aanpassen aan de omgeving en aan het gevraagde. Hij zal zijn uiterste best doen. Dat heet een overlevingsstrategie. Paarden laten pijn niet makkelijk zien. Hun brein zegt bij pijn: jij bent kwetsbaar en dus een makkelijke prooi. Wij zijn verantwoordelijk voor onze paarden. Elk klein signaal is niet omdat ie je wil pesten, of dat ie dat nu eenmaal altijd doet, het hoort er niet bij. Dat zijn menselijke interpretaties, menselijke gedachten. Het paard praat tegen je.

Zo werken de goede trainers met hun paarden. Ze monitoren eerst zichzelf en ze bereiden een training voor. Ook kijken ze goed naar hun paarden en houden grenzen in de gaten. We zijn allemaal mensen, dus we maken ook wel eens een foutje. Maar foutjes op basis van goede intenties kan het paard je makkelijk vergeven. Vertrouwen opbouwen op basis van gelijkwaardigheid, dat kan iedereen!

Wees eens lief voor jezelf! Dat mag best!

Het valt me telkens weer op: we zijn soms zo hard voor onszelf.

Tijdens een les hoor ik soms de ene mopper na de andere: “Het ging de afgelopen tijd zo goed, en nu lukt het niet.” ”Ik heb zo goed geoefend en nu kan ik niets laten zien.” "Ik zit niet zo goed in mijn vel, daarom lukt het niet." "Misschien leer ik het wel nooit."

Ik begrijp dat wel! Maar het gaat niet om MIJ in een les! Vandaar deze kleine ode aan mijn studenten en lesklanten:

“Lieve ruiters ❤,”

“Een les is juist bedoeld om iets bloot te leggen.”
“Om jou te leren oplossen wat je tegenkomt.”
“Je huiswerk te geven waarmee je vooruit kunt tot de volgende les.”
“Als elke les een aaneenschakeling is van alleen goede momenten, dan ben ik niet nodig.”
“ Als paardrijden makkelijk was, waren er geen instructeurs nodig."
“Vergeet niet: ik ben daar al geweest waar je nu tegenaan loopt. Mijn rugzak is gevuld met ervaringen.”
“ Ik zie de vooruitgang heus wel. Arendsogen heb ik.” 😉

Als tiener verzorgde ik paarden van een kennis in ruil voor het bijwonen van haar lessen bij Frenk Jespers. Zodra het even kon loerde ik naar lessen van anderen. Net een spons, alles opzuigen en thuis uitproberen met eigen pony’s en later paarden. Ik heb eindeloos langs de kant gestaan. Geld voor lessen was er namelijk niet.

Ennn heel, heel lang geleden heb ik ooit in Vught een clinic bijgewoond van Tineke Bartels, die gekscherend afsloot met: “Och, al die arme paarden die straks nog aan de bak moeten zodra jullie weer thuis zijn.” Dat zinnetje is me altijd bij gebleven. “JAAAAAAA”, dacht ik dan. “Dat is nu precies wat ik ga doen!” Heerlijk vond ik dat. Nog vol inspiratie, uitproberen, onderzoeken, ontdekken.

Vooral kijken, kijken en niet kopen. 😉 Daar komen die arendsogen vandaan!
Dus lieve student/lesklant, ik hoef jouw beste kant niet te zien. Geef mij de kant maar die rommelt, prutst en ondertussen doorwerkt aan zichzelf. Want we doen het samen! Jouw motivatie en doorzettingsvermogen is waar het mij om gaat. Ik blijf bij jou!

Zo! En in het kader van lief zijn voor jezelf: in december ga ik twee weken naar een huisje (met sauna 🤪) aan zee. Voor mezelf, met mijn honden. Om 2019 goed af te sluiten en 2020 goed te starten. Schrijven, wandelen, nadenken en strategie bepalen.
Om nog meer te kunnen doen voor mijn studenten, lesklanten en anderen om me heen. ❤🤗

Lieve groet,
Monya

De training van je paard is net een bankrekening

Een rare vergelijking? Nee, een mooie metafoor! 🙂

Een bankrekening waarbij je iets stort of opneemt. Een bankrekening is een leuke manier om te beschrijven hoe je vertrouwen kunt ontwikkelen met een paard dat je traint. Simpel gezegd, elke keer dat je angst beperkt en traint met behulp van versterking, stort je geld op je account. Elke keer dat je in je trainingssessie straf gebruikt en je paard angst voelt, gaat er geld van je saldo af. En het is wel duidelijk dat niemand een negatief saldo op een bankrekening wil.

In tegenstelling tot wat sommige trainers of online video-cursussen je vertellen, je kunt een paard je niet 'laten' vertrouwen - je kunt alleen laten zien dat je betrouwbaar bent. Vertrouwen tussen twee partijen kan niet worden afgedwongen of 'bewezen' aan het paard. In plaats daarvan moet het paard zelf kunnen beslissen dat je het vertrouwen waard bent.

Veel paardentrainingen omvatten het gebruik van oplopende drukniveaus om paarden over, onder of door iets te duwen waar ze bang voor zijn. Helaas voor het paard lijkt deze aanpak te werken, wat ertoe leidt dat de mens wordt versterkt in zijn acties. En van wat werkt willen we meer, dus herhalen we ons ‘succes’. Ook ik heb hiermee gewerkt. Ik draai alweer 30 jaar mee en heb een flinke ontwikkeling doorgemaakt op basis van ervaring. En ik realiseerde me al snel dat je met werken onder druk iets afneemt van het paard. Dus gaat er geld van je saldo af. De ‘goede’ resultaten komen dan niet vanuit vertrouwen. Ze komen puur omdat paard wil ontsnappen aan de fysieke of psychologische druk of de straffen die een trainer gebruikt om resultaat te boeken.

Laten we zeggen dat ik wil dat je me vertrouwt en dat je hoogtevrees hebt. Als ik je wil laten 'vertrouwen', zou ik je kunnen meenemen om rotsen te gaan klimmen, en ik dwing je of straf je wanneer je aarzelt. Natuurlijk, je
zou waarschijnlijk die rotswand beklimmen, maar zou je dit doen uit vertrouwen in mij, of uit angst voor de pijn waarmee ik je bedreig? Zou je als gevolg van deze aanpak meer vertrouwen in mij voelen?

Hoe bouw je wel aan vertrouwen? Voor een lekker saldo op je bankrekening, kun je prima werken met beloningen. Geef het gedrag van je paard vorm door kleine stappen in de richting van je einddoel te maken, en doe dit in een tempo dat door je paard wordt bepaald. Sommige paarden hebben meer tijd nodig dan anderen, maar een stabiele bankrekening is heel wat waard! 🙂

Wat is normaal?

“Hij heeft altijd al slechte voeten gehad.”
“Hij is gewoon lui.”
“Dat heeft hij altijd gedaan.”
“Hij neemt me in de maling.”

Er zijn bepaalde dingen die we als 'normaal' beschouwen, maar dat zijn ze eigenlijk niet.

Denk aan:
Slechte hoeven.
Moeilijk opstarten.
Een paard dat defensief is over voedsel.
Bokken na een sprong.
Staartzwiepen tijdens het rijden.
Niet bij andere paarden kunnen staan.

Zoveel meer voorbeelden die ik zou kunnen geven. In mijn 30 jaar als paardenprofessional heb ik keer op keer dit soort aannames gehoord.

En weet je, ik vind het gewoon niet meer acceptabel.

Google is je vriend: er is op internet zoveel informatie te vinden over de basisbehoeften van paarden, over zijn gezondheid, over zijn gedrag, dat je geen kennis hoeft te ontberen.

Je intuïtie is een goede raadgever. Als iets voortdurend aandacht vraagt (hoefvorm, gedrag etc.) dan betekent dit dat onderzoek nodig is. En eigenlijk wist je dat al wel, echter is het soms moeilijk om richting te bepalen, het kan je onzeker maken. Luister naar je onderbuikgevoel!

Vind je het lastig om in de hausse van informatie je weg te vinden? Er zijn tegenwoordig zoveel betrouwbare paardenprofessionals die je met raad en daad bij kunnen staan. En de juiste zal je vertellen wat nodig is en waarom.

De mentale en fysieke gezondheid van je paard is afhankelijk van het nemen van weloverwogen beslissingen. Daarbij kun je je verschuilen achter meningen van anderen zoals "de hoefsmid zegt dat hij altijd al slechte voeten heeft gehad" of "mijn trainer zegt dat zijn inconsistente prestaties een trainingsprobleem zijn."

En is dat ook zo?

Want eigenlijk weet je het wel. Maar helemaal op jezelf vertrouwen en je eigen verantwoordelijkheid nemen is soms eng. Echter in deze tijd is er zoveel kennis over paardenwelzijn beschikbaar en zijn er zoveel mensen die geen geld aan je hoeven te verdienen en dus eerlijk tegen je zullen zijn.

Kies bewust. Kies voor jou en jouw paard. Overweeg, vraag je af, onderzoek en neem niet zomaar iets aan. Het is menselijk om een ander te bombarderen met meningen, oordelen, aannames, kritiek.

Maar volg je eigen pad: dan krijg je daar ook iets voor terug: een blij paard en zelfvertrouwen!

Paarden zijn te stil

Paarden zijn te stil. Zouden we ze anders trainen als ze gingen gillen of huilen van pijn, zoals honden doen? Vermoedelijk wel....

Op ‪#‎ToughTopicTuesday‬ las ik het volgende:

If horses expressed pain by vocalizing – like dogs do – would this affect how we train them?

A large part of how horses communicate is through body language. Horses have a limited vocal repertoire, and they don’t tend to make vocalizations in response to sudden or chronic pain. As a result, when people do things that cause the horse pain – like jerking on the bit, or hitting, smacking, kicking, spurring or whipping – there isn’t the equivalent marker of a sharp yelp that a dog would make in a similar situation. How much do you think this silence in response to pain affects the methods used to train and handle horses?"

Toen ik deze stelling onder ogen kreeg dacht ik gelijk BINGO!

‘Als een paard heel hard AU zou roepen als men hem te hard in de mond zit of er een spoor in een rib gedrukt zou worden, zou er anders getraind worden... denk ik.’

Een paard kan niet gillen of huilen, want dat is niet handig voor een prooidier.

Maar een paard communiceert wel. Hij communiceert zich zelfs suf. Maar mensen missen vaak signalen. Mensen zijn andere wezens, met een andere evolutie, andere afkomst, andere primaire belangen, we hebben een ander communicatiesysteem.

En wij ontwikkelen ons op basis van ervaringen en waarnemingen en dat is ons eigen model van de wereld. We hebben een soort intern filter gecreëerd. Dat is handig voor het verwerken van informatie, maar maakt ons ook erg zelfgericht.

Daarin schuilt het gevaar: als de informatie past in ons wereldbeeld, gebruiken we het om ons beeld te versterken. Als het er niet in past, zijn we er vaak blind voor en willen we er niks mee te maken hebben. We stoppen info die we niet aan kunnen weg. Weg in een stukje brein met een deurtje, slotje erop, sleuteltje weg en voilá, het probleem is er niet meer. Het is dus belangrijk om dit te herkennen en jezelf kritische vragen te stellen. Want jouw filters zijn niet de filters van paarden!

Dat iets er niet lijkt te zijn, hoeft dus niet te zeggen dat iets er ook niet is.

Wat zou jij doen als jouw paard heel hard zou gillen als je hem een tikje met de zweep geeft of aan het bit trekt? Als je het zadel op je paard legt en hij in plaats van onrust, staartzwiepen en oren plat naar achteren, een duidelijk HOORBAAR pijnsignaal zou geven?

Als ik rondom me heen kijk denk ik dat de paardenwereld er heel anders uit zou zien. Laten we eerlijk zijn: als je op een wedstrijd alsmaar jankende paarden hoort, wat voor lol is er dan nog aan? Ik zie veel paarden met pijn, en dat is ook al bewezen. Uit gepubliceerde artikelen over het grootste welzijnsonderzoek dat ooit in Nederland gehouden is, blijkt dat veel paarden rugproblemen hebben (30 procent van alle paarden, inclusief fokmerries en jonge paarden), de mond stuk hebben (meer dan 20 procent) of kreupel zijn (meer dan 10 procent).

Eigenaren of ruiters veroorzaken niet altijd door bewuste acties pijn bij hun paard, het is veelal onwetendheid.

We hebben als mens nog een aardig lange weg te gaan. Doe jij met ons mee? Met de "verbeter-de-wereld-voor-je-paard-begin-bij-jezelf-beweging?"

Wat een nadenker he, soms is het ook niet leuk.

Liefs,
Monya

Ps. 8 juni gaat de RuiterCoach opleiding weer van start. De groepen zitten vol. Maar de reeds afgestudeerde instructeurs staan te trappelen om jou ook van dienst te zijn. Zoek jij een echt fijne instructeur? Binnenkort kun je ze vinden op de website. Maar je mag me ook al een pb sturen.

Dagboek van een instructrice, deel 43

Als instructeur deel je met je studenten iets van dezelfde puzzel: paarden rijden en paarden trainen. Er is zoveel kennis beschikbaar dat het best lastig is om te bepalen welke instructeur bij jou past. Zoveel verschillen in stromingen, leerstijlen, persoonlijkheden, prestaties, leerdoelen.

Neem jij les van iemand met veel kennis maar die je eigenlijk niet mag? Of vind je je instructeur zo aardig dat je hem of haar niet wilt kwetsen door over te stappen naar iemand met meer kennis?
Waarop baseer je wat jij als ruiter nodig hebt? In welke fase van je ontwikkeling je zit en wie jou verder kan helpen? Wie is de juiste persoon om jou op dit moment met dit paard binnen jouw mogelijkheden kan laten groeien?

Wat een vragen he? Ik denk soms gewoon teveel na ;-).
Ook instructeurs willen groeien. Maar alleen kennis bijspijkeren is niet voldoende. De wijze van overdracht van die kennis is minstens zo belangrijk. Wanneer wordt goede instructie nou echt super goede instructie? Ik heb eens nagedacht over wat ik zo waardeer in mijn leermeesters en grote voorbeelden. Wat maakt dat ik me bij ze thuis voel en dat ik uit hun lessen stof mee naar huis kan nemen. En na lang strepen en samenvatten kwam ik hierop:

  1. Ze sluiten altijd aan op het niveau van de ruiter.
  2. Ze kunnen de basisprincipes van rijden en trainen ongelofelijk goed uitleggen.
  3. Ze luisteren goed, leggen helder uit en vragen altijd of de lesstof duidelijk en begrepen is.
  4. Ze zijn ervaren en hebben inlevingsvermogen. Ze begrijpen wat er speelt.
  5. Ze hebben geduld, humor en zijn creatief met oplossingen.
  6. Ze bewaken het gestelde doel en hebben altijd een plan. En durven bij te sturen.
  7. Ze houden het welzijn van het paard in het oog en leren de ruiter hetzelfde te doen.
  8. Ze geloven in de ruiter en blijven deze aanmoedigen zich te ontwikkelen.

Deze principes zijn ook verankerd in de RuiterCoach opleiding en daar ben ik trots op. Een goed voorbeeld doet goed volgen. Ik leer weer van mijn leermeesters, en mijn lesklanten leren weer van mij.

“Where one teaches, two learn.”

Ik denk dat ik best een aardige instructeur ben, hoewel ik echt beter moet worden in mijn planningen, die willen nog wel eens tot ergernis aan beide zijden leiden ;-).

Wat waardeer jij zo in jouw instructeur? Of aan jezelf als instructeur? Waarop baseer je je keuze voor een instructeur? Ik leer er graag van. Want hoe vaardiger we zijn hoe meer jullie aan ons hebben ;-).

Liefs,
Monya

Dagboek van een instructrice, deel 42

Wat kun je je toch zorgen maken over alles waar je van houdt!

Ik maak me momenteel zorgen over de gezondheid van mijn hond. En hoewel ik er alles aan doe om haar comfort te bieden, zie ik nog niet veel resultaat van mijn inspanningen. Wat een machteloos gevoel!

Het maakt me opmerkzaam en verdrietig gelijk. De band die we hebben wordt momenteel alleen maar sterker. Ze geeft goed aan wat ze wel en niet wil. En hoewel ik verwacht (en sterk hoop) dat ze weer op gaat krabbelen drukt het me ook met mijn neus op de feiten. Ik moet over het verdere verloop van haar leven of haar dood gaan nadenken.

Veelal gaan dieren eerder dan wij. Ze maken een relatief korte tijd deel uit van ons leven en die tijd spenderen ze graag zoveel mogelijk met ons. Mijn hond is nog jong, ik zou haar graag nog een jaartje of 7 bij me hebben.

Maar wat als WIJ er niet meer zijn?

Ik bedoel, ik kan eerder overlijden dan mijn hond of paard. Dat is niet het scenario zoals je vooraf bedenkt, maar het is een mogelijkheid.

Ik heb een oud paard. Met eorth en de symptomen van cushing. Hij is nu nog vrolijk, maar of hij heel veel ouder wordt, wie zal het zeggen? Zijn pensioen adres heb ik de volmacht gegeven om te beslissen wat er met hem moet gebeuren op het moment dat ik dat niet meer zou kunnen.

Toevallig sta ik al in 2 testamenten. Mochten de eigenaren vroegtijdig overlijden dan ben ik degene die de beslissingen over de toekomst van deze paarden neemt. Een eer en verantwoording tegelijk.

Het lijkt me fijn voor een eigenaar om te weten dat het paard in goede handen is. Geregeld is maar geregeld.

En nu niet ineens massaal mij in je testament zetten hè?

Ik had het er vanmiddag met een student nog over. Het leven met dieren is ontzettend fijn, het afscheid nemen niet. En als je dieren neemt weet je dat dat gaat gebeuren, maar het is niet iets waar je direct bij stil staat. Net zoals je misschien niet stil staat bij wie er voor jouw dieren gaat zorgen als je er zelf niet meer bent.

Ik zie het op Facebook nog te vaak voorbij komen: wegens overlijden huisje gezocht omdat familieleden het dier niet willen.

Ik moet er niet aan denken.

Heb jij hier wel eens over nagedacht? En heb jij iets vast gelegd of geregeld?

Liefs,
Monya

Dagboek van een instructrice, deel 41

Zondag heb ik me voor de “leeuwen” geworpen. Niet letterlijk hoor, figuurlijk. Ik liep al langer rond met onvrede. En die onvrede heb ik getracht zelf weg te poetsen of aan te pakken. Maar dat ging niet. Want die onvrede kwam voort uit iets dat ik zelf heb opgezet en waarmee veel mensen gemoeid zijn.

En als wegpoetsen in je uppie niet lukt dan zit er niets anders op dan met de billen bloot. Billen bloot voor de studentengroep die verbonden is met mijn onvrede. En billen bloot maakt kwetsbaar. Gedachten die je door het hoofd schieten: Wat als? Wat als ik dingen hoor die ik liever niet zou horen? Wat als ik niet goed genoeg ben? Wat als ik niet kan voldoen aan verwachtingen? Dat is toch angst. Angst voor dat wat ik niet kan controleren. Dat waar ik niet gelijk invloed op heb.

Vergelijk het met angst in het zadel. Angst geeft je een gevoel van machteloosheid. Je kunt niet overzien wat er gaat gebeuren, het is onduidelijk of je voldoende invloed kunt uitoefenen. Het kan je zelfs plat slaan waardoor je figuurlijk of soms letterlijk stopt met rijden.

Maar wat is het alternatief? Dat je met lood in je schoenen opstijgt? Dat je adem stokt bij elk geluidje langs de bak? Dat je op ziet tegen het rijden? Dat je buitenrijden al lang aan de wilgen hebt gehangen? Dat je je ervoor schaamt? En dat elke dag met je mee draagt?

Het is je hobby! Het zou je plezier moeten brengen!

Door angst uit te spreken, eerst aan jezelf en daarna in je omgeving, erken je dat het er is. Het is gewoon zo. Soit. Niets om je voor te schamen. Niets om teleurgesteld over te zijn. Want als je accepteert dat je angst er is neem je weer regie.

Er is namelijk nog veel te leren over angst tijdens het rijden. Het is niet een kwestie van blijven doen tot het vanzelf weg gaat. Een beroemde paardenman zei ooit eens: als je altijd doet wat je deed, krijg je wat je altijd kreeg. Dat is met angst niet anders.

Doe net als ik: vraag om hulp. Zoek een buddy. Een gespecialiseerde instructeur. Doe het samen. Ga leren hoe jij weer controle krijgt, over die angst. Over wat je wél kunt doen. Over wat je al wél kan. Over wat je wél wil voelen.

Zondag gebeurde er iets moois. Mijn onvrede verdween als sneeuw voor de zon. En anderen voelden zich gewaardeerd en gezien. Juist omdat ik uitsprak wat er in me leefde. Het leerde me dat ik er nooit alleen voor sta.

Dat is ook wat ik wil uitdragen met de Gelukkige Ruiter Academie. Of je nu student bent, of docent, of lesklant. Of je professionele doeleinden hebt of gewoon zelf wil ontwikkelen. Of je heel bang bent of maar een klein beetje. Met al je verschillen hoor je er gewoon bij.

Pak je angst bij de horens!

Liefs,

Monya

Dagboek van een instructrice, deel 40

Wat ik doe bij een halve ophouding?

“Das een goede vraag!”

Best lastig om eens te omschrijven wat je eigenlijk doet!
Een halve ophouding, eens kijken...

Ik richt me iets op. Ik maak als het ware mijn torso wat langer. Zonder dat ik mijn schouders naar achteren druk of omhoog trek. Het gevoel is alsof ik mijn hele voorkant open en iets trotser wordt in mijn houding. Ik kijk tussen de oren van het paard door zodat ik rechtop blijf.

Omdat ik mijn torso langer maak, kantelt mijn bekken licht en voel ik dat mijn zitbeenknobbels meer contact maken met het zadel. Ik word me meer bewust van het contact met het zadel.

Ik sluit mijn benen om het paard heen. In het ritme van het paard, dus mijn paard levert de energie en ik vang die energie een beetje op door mijn benen tegen het paard aan te leggen. Het voelt voor mij alsof ik een spons onder me hebt. Ik knijp er een klein beetje water uit, maar druk m niet plat tegen het zadel en ik laat de spons ook niet meer helemaal vollopen met water. Mijn been sluit zich met alle delen die al tegen het paard aan liggen. Daarbij laat ik mijn onderbenen op de singelplek en hou mijn voeten recht in de beugels.

Tegelijkertijd maak ik mijn benen lang. Voor zover dat kan he. Want feitelijk is mijn been gewoon mijn been. Maar door de hoekjes van mijn heupen, knieën en enkels kan ik mijn been verlengen en verkorten. Er zit rek in. Ik denk dan altijd even aan een springveer of de vouwtjes in een accordeon. Die kan ik in elkaar drukken en uit elkaar trekken. Ik voel dat mijn voeten wat meer contact maken met de beugels. Ik wil dicht bij het paard blijven dus ik druk niet te hard. Ik visualiseer dat mijn benen contact maken met de achterbenen van het paard.

Ook besteed ik bewust aandacht aan mijn ademhaling. Soms zit mijn ademhaling toch nog even in mn borstkas, hoe goed ik er ook op let. En juist bij halve ophoudingen en overgangen is een buikademhaling extra van belang. Een lage ademhaling houdt mijn zwaartepunt laag. Waardoor het contact met mijn zit en de paardenrug blijft. Ik wil zoveel mogelijk paard voelen onder me.

Mijn armen en handen hou ik voor me. Op hoogte van de schoft. Ik draag mijn handen zelf en hou vering in mijn ellebogen. Ik knijp zachtjes in de teugels. Ook weer alsof ik een beetje water uit een spons knijp. Niet al het water eruit, niet al het water er in. Een kuikentje werkt soms beter, die moet blijven leven .

Heb ik nu alles gehad of ben ik wat vergeten?

Ik roep altijd, verzamel eerst jezelf, dan volgt je paard vanzelf!
Hoe maak jij een halve ophouding?

Liefs,

Monya

Share