Zo klaar als een klontje: geef je paard zout!

Ja, dat is best wel even schakelen: wij mensen krijgen via onze voeding vaak veel te veel zout binnen. Dan ben je toch geneigd aan te nemen dat dat ook voor je paard(en) geldt. Het tegendeel is echter waar: veel paarden krijgen onvoldoende zout binnen en dat kan allerlei consequenties hebben voor je paard’s gezondheid en prestatievermogen.

Zout als electrolyt
Voor ik daar verder op inga, wil ik even uitleggen wat zout nu eigenlijk is. Zout oftwel keukenzout is een electrolyt en bestaat uit twee macromineralen; natrium (40%) en chloride (60%). Paarden verliezen veel meer electrolyten via het zweet dan mensen. Ze verliezen het meest natrium, dan kalium, chloride, calcium en tot slot magnesium. De nieren zorgen ervoor dat de electrolyten status van je paard zo optimaal mogelijk is: teveel wordt uitgescheiden, bij een tekort wordt gerecycled.
Electrolyten vervullen een belangrijke functie: het paardenlichaam gebruikt electrolyten om de spier- en zenuwfunctie te reguleren.
Dus dat een spier samentrekt en weer ontspant wordt in grote mate beïnvloed door mineralen zoals natrium, kalium en magnesium. Als je paard door grote en vooral ook langdurige inspanning veel zweet, verliest hij dus ook veel mineralen. Als je naast vocht je paard tussentijds niet voorziet van een nieuwe voorraad electrolyten zal in de loop van de uren het prestatievermogen afnemen. Een nijpend tekort kan zorgen voor tying-up achtige symptomen! Hoe beter de electrolytenstatus van je paard is, hoe beter hij kan (blijven) presteren en des te beter zijn herstel na inspanning.
Het is dus niet voor niets dat endurance paarden tijdens de pauzes naast veel eten en drinken electrolyten toegediend krijgen.

Symptomen van een tekort aan zout
Een tekort aan zout (electrolyten) kan leiden tot afwijkend ‘eetgedrag’: van kauwen en likken aan voorwerpen (bijvoorbeeld de steel van de mestvork waar zout op zit van het zweet van je handen) tot het likken en eten van zand of grond.
Een ander gevolg kan ook zijn dat je paard te weinig gaat drinken, waardoor het risiko op verstoppingskoliek toeneemt. Je paard’s natrium gehalte op peil houden is dus belangrijk om je paard gehydrateerd te houden. Tying-up achtige symptomen zijn andere mogelijk symptomen van een onderverzorging aan met name natrium.

Hoeveel zout is nodig?
Het ruwvoer van je paard levert naast energie en eiwitten ook zout. Alleen helaas vaak te weinig. Veel krachtvoerder bevatten 0,5% tot 1% zout per kg en daarmee kun je al e.e.a. ondervangen. De meeste recreatiepaarden krijgen echter niet de aanbevolen 2,5-3,5 kg per dag aan krachtvoer, waardoor het zaak is het zout op een andere manier te gaan aanbieden.
Als ‘basisdosering’ kun je uitgaan van circa 30 gram per dag oftwel circa drie eetlepels. Bij warm weer, een extra lange buitenrit of alles wat lijdt tot meer transpireren is het nodig meer zout te gaan geven. De hoeveelheid zout kan gerust oplopen tot 115-170 gram per dag!
Is het volop zomer, erg warm en werk je je paarden onverminderd voort, gebruik dan naast keukenzout een electrolyten mix om ook de andere mineralen die je paard via het zweet verliest aan te vullen.
Dus zelfs als je paard niet werkt, maar op de wei staat te zweten, mag de dosering gerust wat tandjes omhoog!

Hoe biedt je het zout het beste aan?
Er zijn allerlei soorten zoutblokken in de omloop. Een zoutblok ophangen lijkt dus ‘de oplossing’. Veel paarden raken een zoutblok echter niet of onvoldoende aan, helemaal bij koude of als de blok niet schoon wordt gehouden.

Beter is om zout los aan te bieden, omdat dat vaak beter wordt opgenomen dan zout in blokvorm. Het liefst dan keukenzout zonder toegevoegd jodium. Solar krijgt zout door zijn voer (slobber) heen en ook geregeld een emmer met zout water aangeboden. Dat laatste doe ik vooral in de winter. Solar heeft bij koude de neiging erg slecht te drinken en door lauwwarm water aan te bieden met wat zout er doorheen sla ik twee vliegen in een klap. Extra zout aanbieden is dus niet alleen iets voor de warme tijden, maar ook voor de koudere maanden van het jaar!

Fijne dag.
Astrid Noordhoek
Pure Paardenvoeding & Advies

Meer leesvoer over dit thema vind je hier:
Balanced Equine
Summit Equine
Forage Plus

De maanden met de R: denk eiwit!

“Wat hebben de seizoenen nou met het voeren van paarden te maken?”
Veel! Voeren is nooit het hele jaar door hetzelfde, want de wisseling der seizoenen heeft veel invloed op hoe wij onze paarden huisvesten en voeren. Goed voeren vraagt dat je meegaat in ritme der seizoenen. Net zoals je het voer aanpast aan de werklast van het moment.

Bijvoorbeeld de herfst of de winter luidt een belangrijke verandering in: langzaam komt een einde aan de weidegang voor vele paarden. En al komt je paard het hele jaar door op het land, de voedingswaarde van het gras in de herfst en in de winter is niet te vergelijken met die in de lente of de zomer.

Gras is voor paarden een belangrijke bron van:

  1. Energie/kalorieën
  2. Vitamine E
  3. Vetzuren
  4. Eiwitten

Gras is weliswaar de basis voor het hooi of het voordroog wat je paard eet in de grasloze maanden maar de voedingswaarde is niet hetzelfde: door het drogen en inkuilen van het gras, verdwijnt bijvoorbeeld vitamine E grotendeels uit het ruwvoer. En eiwitten in voordroog zijn minder goed opneembaar dan die van vers gras.

Over eiwitten wil ik hier wat meer vertellen. Eiwitten, of ik kan eigenlijk beter spreken van aminozuren, zijn de belangrijkste bouwstenen voor je paard. Ze spelen een essentiële rol in de algehele gezondheid van je paard, spieropbouw/-behoud en groei.

Aminozuren zitten in het voer in de vorm van ruw eiwit. Het lichaam breekt het ruwe eiwit af tot aminozuren en bouwt met deze aminozuren nieuwe lichaamseiwitten. Eiwit is dan ook de belangrijkste bouwstof in het lichaam. Ieder eiwit is opgebouwd uit een unieke verzameling van aminozuren in een specifieke combinatie. Elke combinatie van aminozuren geeft een andere eiwitstructuur. Zo zorgen de eiwitten van de bloedvatwand voor elasticiteit en zijn de eiwitten in de huid en het hoorn daarentegen hard en onoplosbaar ter bescherming van de onderliggende weefsels. Spierweefsel is volledig opgebouwd uit eiwitten.
Maar ook de hormonen die alle lichaamsprocessen regelen, enzymen en veel lichaamsvloeistoffen bestaan uit eiwitten. En dus uit aminozuren.”(Paardendrogist)

En de meeste van deze bouwstenen kan je paard niet zelf maken, maar moet hij uit voeding kunnen opnemen. Het gaat hier om negen essentiële aminozuren, waaronder lysine en methionine. Deze twee komen veel voor in vitaminen/mineralen supplementen en dat is dus met een gegronde reden. Als het aandeel lysine in het totale rantsoen te klein is, dan kan de eiwithuishouding in je paard’s lichaam niet optimaal functioneren: alsof het een stoel is op vier poten, waarvan er eentje net iets korter is dan de rest. In voeding draait veel om de juiste balans tussen de voedingsstoffen onderling en dat geldt niet alleen voor de calcium/fosfor ratio, ook voor aminozuren.

Kortom: het is echt belangrijk voor de gezondheid van je paard dat je inspeelt op het minder worden/wegvallen van het gras en een andere eiwitbron gaat aanbieden: hooi of voordroog bevat vaak niet voldoende goed opneembare eiwitten.

Valt jouw paard bij het minder worden van het gras (september) al terug in gewicht/bespiering al loopt hij nog op het land? Denk dan aan EIWIT en pas je rantsoen aan het seizoen aan!

Goede bronnen van eiwit voor paarden – naast gras – zijn:
luzerne of een mengeling daarvan, esparcette, Coolstance Copra (gedroogd cocosnoot vruchtvlees), soja, sojahullen, lijnzaad (geen kilo’s).

Vraag je je af welke eiwitbron bij jouw paard en diens leven past? Ik denk graag met je mee. Neem gerust contact op via info@purepaardenvoeding.nl.

Share